‘Focus NFI op complex DNA-vooronderzoek’

De politie voert sinds 1 juli van dit jaar meer DNA-vooronderzoek zelf uit en heeft daarmee een klein deel van het werk van het NFI overgenomen. Het is een stap die de hele strafrechtketen voordeel moet opleveren. “Wij kunnen ons nu nog meer focussen op waar het NFI echt goed in is: complexe en interdisciplinaire zaken.”

Bas de Jong is manager van het team dat DNA-vooronderzoek uitvoert bij het Nederlands Forensisch Instituut. “In 2013 is een advies verschenen van de Commissie Winsemius over de toekomstige inrichting van forensisch onderzoek.

Eén van de adviezen was om eenvoudig DNA-vooronderzoek meer onder te brengen bij de politie”, legt De Jong uit. 
“De gedachte bij de Commissie Winsemius daarover is dat als je DNA-onderzoek meer verspreidt over het land, de aanrijroutes vanaf de plaatsen delict korter zijn. Daardoor heb je sneller onderzoeksresultaten. Daarnaast moet het bij de politie leiden tot het creëren van meer kennis van het vooronderzoek voor een nog betere aansluiting van de forensische opsporing op de tactische opsporing.”

De Jong ziet nog een positief gevolg van deze kennisoverdracht. “Het kan de effectiviteit van het werk van het NFI vergroten. Als de politie meer ervaring opdoet met het vooronderzoek, krijgen zij ook meer kennis over de kansrijkheid van sporen. Hierdoor kunnen zij een nog betere selectie maken van bemonsteringen die ze naar het NFI insturen. Nu moeten wij de politie soms melden dat we geen DNA-profiel uit een spoor hebben verkregen, terwijl daar wel enige tijd overheen is gegaan. Als de politie dit vooronderzoek zelf uitvoert, zullen zij meer kansrijke sporen in kunnen sturen. En hoe meer kansrijke sporen worden ingestuurd, hoe meer DNA-profielen wij kunnen leveren.”

DNA-profielen kunnen worden opgesteld met onder meer DNA uit tandenborstels.

DNA-profielen kunnen worden opgesteld met onder meer DNA uit tandenborstels.

Beeld: Nederlands Forensisch Instituut

Bron- en activiteitenniveau

Nieuw is het vooronderzoek voor de politie zeker niet, want ze voeren dit al bijna 10 jaar ook zelf uit. “Bij vooronderzoek stel je sporen uit bijvoorbeeld speeksel, bloed en sperma veilig  waaruit DNA kan worden veiliggesteld. Bijvoorbeeld van een peuk of een kledingstuk. Er zijn zaken waar je alleen wilt weten van wie het spoor is. Dit noemen we onderzoek op bronniveau en dat kan de politie zelf heel goed uitvoeren.”

Deskundigen en vooronderzoekers van het NFI kunnen zich daardoor meer richten op complexere zaken, waarbij juist wordt gekeken naar wat er is gebeurd en hoe een spoor bijvoorbeeld op een kledingstuk terecht is gekomen. Of naar zaken waar meerdere onderzoeken aan een bewijsstuk kunnen worden uitgevoerd. “Dat kan naast DNA-onderzoek bijvoorbeeld vingersporenonderzoek zijn”, zegt De Jong.

Politie en NFI trekken samen op

De Jong benadrukt nog maar eens dat het een misvatting is dat het onderbrengen van een deel van het DNA-vooronderzoek bij de politie het gevolg is van de reorganisatie bij het NFI. “Dat heeft wel parallel aan elkaar gelopen, maar het komt echt voort uit het advies van de Commissie Winsemius. Daarnaast was het een wens van de politie zelf om meer vooronderzoek uit te voeren.”

Politie en NFI hebben in het hele traject nauw samengewerkt. “Uitgangspunt is altijd geweest dat de kwaliteit van het onderzoek er niet onder mocht lijden. Dat is ook een belangrijke voorwaarde die het Openbaar Ministerie hieraan heeft gesteld. Om het werk goed te stroomlijnen hebben we onder andere gedeelde werkdocumenten opgesteld zodat we het werk op dezelfde manier uitvoeren.”

Daarnaast houden politie en NFI regelmatig een zogenoemd kwaliteitsoverleg. Daarbij houden we elkaar op de hoogte van zaken waar we tegen aanlopen en bespreken we hoe we processen eventueel kunnen verbeteren. “En we zijn bezig met het organiseren van een jaarlijkse bijeenkomst voor vooronderzoekers van de politie en het NFI. Om van elkaar te leren en elkaar te helpen te verbeteren.”

Zie ook