Bloedsporen dateren dankzij hardheid rode bloedcellen

De politie krijgt een melding dat in een keuken een dode vrouw is gevonden. Op de tegels boven het aanrecht zitten bloedvlekken. Onderzoek wijst uit dat deze van de echtgenoot zijn. Die verklaart niets met het misdrijf te maken te hebben. Hij zou zich enkele dagen daarvoor met een mes hebben gesneden.

Bloedspoorpatroononderzoek door het NFI (foto toont niet onderzoeksmethode uit artikel).

Het is zomaar een fictieve scene uit een moordonderzoek. Maar wel eentje die uit de praktijk gegrepen kan zijn. Het verhaal van de verdachte is te toetsen, als je kan bepalen hoe oud de bloedvlek is. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt daarvoor verschillende methodes.

Threes Smijs is wetenschappelijk onderzoeker bij het NFI en is bezig met een verkennend onderzoek naar een nieuwe methode om bloedvlekken te kunnen dateren. Smijs gebruikte haar methode eerder in een medisch georiënteerd onderzoek. “Ik heb bij het Erasmus MC jarenlang gewerkt aan een behandeling voor schimmelnagels. De medicatie werkte vaak wel, maar was niet effectief genoeg omdat dit middel niet door de harde nagel heen komt”, leeg Smijs uit.

“Als de nagel zachter wordt, komt de medicatie ook onder de nagel, waardoor de schimmelnagelinfectie beter geneest. Ik heb het zachter worden van de nagel kunnen meten en dat kunnen afzetten tegen de effectiviteit van het middel.”

Atomic Force Microscopy

Smijs maakte daarbij gebruik van de zogenoemde AFM-methode. Dat staat voor Atomic Force Microscopy, waarbij wordt gekeken naar de hardheid van materialen, of in het onderzoek van Smijs de hardheid van een schimmelnagel voor en na behandeling. Bij het NFI richt haar onderzoek zich op de forensische toepassing van AFM.  “Een bloedvlek droogt na verloop van tijd uit en de rode bloedcellen in de vlek worden daarmee harder”, legt Smijs uit.

“Stel, je drukt met een bladveertje op het materiaal waarvan bijvoorbeeld een tafel is gemaakt. Aan dit materiaal zie je niet dat het drukken met het bladveertje invloed heeft. Maar op nanoniveau gebeurt er wel degelijk wat  en kun je krachten meten tussen moleculen van dit materiaal en van het puntje van de bladveer. Dit indeuken op nanoniveau, het doorbuigen van de bladveer en de daarbij gemeten krachten zijn een maat voor de hardheid van het materiaal van de tafel.”

En dat is precies zoals de AFM-methode werkt, ook voor de hardheid van rode bloedcellen. Door met een bladveertje op een groot aantal plaatsen in geselecteerde rode bloedcellen in een bloedvlek te drukken, is de hardheid van deze cellen te meten. “Deze krachtmetingen op nanoniveau leveren niet alleen informatie op over hardheid van cellen, maar blijken in het pilotonderzoek ook iets te vertellen over de ouderdom van het bloed. Daarmee kun je het verhaal van een verdachte toetsen. Of als er nog geen verdachte in beeld is, iets zeggen over of de bloedvlek iets te maken kan hebben met het misdrijf, of al veel ouder of jonger is.”

Spectrale camera

Deskundigen van het NFI werken samen met het AMC al langer aan een andere dateringsmethode voor bloedsporen. Met een mobiele versie van de zogenoemde spectrale camera kijken zij naar verkleuring van bloed om te bepalen hoe oud het spoor is.

De beide methoden kunnen volgens Smijs goed naast elkaar bestaan en – sterker nog – elkaar in de toekomst aanvullen. “De AFM-methode wordt na drie dagen nauwkeuriger. We kunnen na die periode veel beter aangeven hoe oud een spoor is. Met de spectrale camera geldt juist dat het in de eerste dagen periode na een misdrijf veel informatie oplevert. In de toekomst kunnen we mogelijk beide methodes als het ware over elkaar leggen, om zo een zo’n nauwkeurig mogelijke interval te krijgen.”

Subsidie

Het verkennende onderzoek van Smijs is inmiddels afgerond en heeft geleid tot een wetenschappelijke publicatie. Het duurt echter nog wel even voordat de methode ook daadwerkelijk in forensisch onderzoek kan worden gebruikt. Daarvoor is eerst meer onderzoek naar de methode nodig.
Smijs hoopt nu op een nieuwe subsidie waarmee ze in samenwerking met de Universiteit Leiden (The Leiden Institute of Physics) een vervolgonderzoek kan opzetten. “De testen hebben allemaal in het lab, dus onder gecontroleerde omstandigheden, plaatsgevonden. In het vervolgonderzoek willen we ook kijken wat de invloed is van bijvoorbeeld temperatuur en de ondergrond, kortom onder meer forensisch realistische omstandigheden.”