Artikelen

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

‘Bevlogenheid en kennis NFI’ers geeft energie’

Hij herinnert zich bijna twaalf jaar na dato nog goed hoe het NFI direct indruk op hem maakte. “Het was in mijn eerste uren, in een klein operationeel gangetje bij de frontdesk. Ik zag zoveel motivatie bij de medewerkers. Die betrokkenheid is de kracht van het NFI en heeft mij altijd heel veel energie gegeven.”

Kees Möhring neemt dinsdag – na bijna 12 jaar - afscheid als directeur Externe Relaties van het Nederlands Forensisch Instituut. In die periode zag hij hoe het NFI transformeerde van een “traditionele monopolist” tot een instituut dat steeds meer samenwerking zocht met ketenpartners als de politie en het Openbaar Ministerie.

Roerige tijden

En dat was volgens Möhring hard nodig ook. “We stelden kwalitatief heel goede rapporten op, maar we hadden te weinig oog voor de wensen van onze klanten. Ik herinner me dat ik tijdens mijn sollicitatiegesprek de vraag kreeg hoe lang de levertijden van het NFI waren. Ik noemde voorzichtig dertig dagen, maar dat bleken er 120. Dat betekent dat een politieteam maanden op een rapport zat te wachten”, zegt Möhring. 

Het was sowieso een roerige periode, toen Möhring in september 2005 als vakdirecteur Medisch-biologisch en Pathologie aan de slag ging. “We waren net geconfronteerd met de uitkomsten van de Commissie Posthumus over de rechterlijke dwaling in de Schiedammer Parkmoord. Maar we hebben van die crisis een kans gemaakt. Samen met het OM en de politie hebben we een forensisch verbeterprogramma opgesteld. Dat kon ook omdat we daarvoor 10 tot 12 miljoen euro Rijksgelden kregen.”

Tevreden klanten


Eén van de belangrijkste taken van Möhring was om het NFI te helpen transformeren van de monopolist die het was, naar een samenwerkingspartner in de strafrechtketen. “Die aansluiting kon veel beter. Niet alleen op het gebied van zaakonderzoeken, ook op het gebied van innovatie. Dat betekende veel meer praten met en luisteren naar elkaar. Veel beter van elkaar weten welke behoeften er waren. Politie en OM dachten vaak op korte termijn: ‘Wat hebben we nu voor deze zaak nodig?’ Terwijl het NFI werkte aan innovaties voor de langere termijn.”

De inspanningen om beter samen te werken betaalden zich uit. De klanttevredenheid steeg naar een 7, waar het NFI eerder nog een onvoldoende kreeg. De levertijden die fors terugliepen, droegen daar volgens Möhring aan bij. “Dat is wat politie en OM wilden, snellere levertijden. Die goede klanttevredenheid, dat is een van mijn persoonlijke hoogtepunten.”

Libanon, Verenigde Naties en serieverkrachter

Maar Möhring kijkt ook vol trots terug op de rol die het NFI speelde in doorbraken in verschillende strafzaken. “De zaak rond de Utrechtse serieverkrachter is er zo één die er absoluut uitspringt. Die zaak is opgelost door jarenlange ketensamenwerking en door onze DNA-deskundigen die er bovenop zaten en snel en goed werk leverden.”

De scheidend directeur refereert ook aan het sporenonderzoek dat het NFI uitvoerde in Libanon na de bomaanslag op premier Hariri in februari 2005. “We hebben internationaal toen een heel goede indruk gemaakt. We leverden goed werk, zonder politieke invloeden. We zijn daarna nog zes of zeven keer door de Verenigde Naties gevraagd te assisteren. Het NFI staat er internationaal ontzettend goed voor door dit soort voorbeelden.”

Ga niet navelstaren!

Volgens Möhring moet het NFI op die voet verder. “Ga niet navelstaren maar zorg dat iedereen trots is op ons werk. En spreek en draag dat uit. Dat is de life line van elke organisatie. Als iedereen doet alsof dat doodnormaal is, dan kalft dat wij-gevoel af. En dat is bij het NFI juist altijd zo sterk aanwezig. Doe de luiken open, onderhoud de relatie met je opdrachtgevers en draag je trots uit.”

Zelf besloot Möhring in 2015 dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. “Ik heb altijd gezegd dat ik internationaal werk wilde gaan doen. Bij voorkeur de VN.” Zo ver kwam het tot nog toe niet. “Ik ben ruim een jaar uit de running geweest door forse medische problemen maar kijk nu weer uit naar de toekomst.” 

Bij de Inspectie Veiligheid en Justitie werkt hij aan een adviesopdracht voor een lange termijnvisie, maar het internationale werk trekt mij echter nog steeds bijzonder. “Het zou niet passen om bij het NFI te re-integreren, nadat ik twee jaar geleden al had aangegeven dat het tijd was voor iets anders. Ik werk met veel plezier bij de inspectie en gebruik dit jaar in goed overleg om te kijken wat de volgende stap zal zijn.”